Al bijna twee jaar reizen wildcamera's door Nederland om precies die vraag te beantwoorden. Met 24 locaties, vijf camera's per plek en vier verschillende lokstoffen beginnen de eerste patronen zichtbaar te worden. Die zijn verrassender dan verwacht. Benieuwd welke geur de das niet kan weerstaan? En komt de wolf ook op lokstoffen af?
Het is een koude oktobermorgen als een steenmarter (Martes foina) z'n neus in de lucht steekt. Iets trekt z’n aandacht, een paal, midden in het bos, die naar anijs ruikt. Hij nadert voorzichtig, snuffelt, en kan zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen, ondersteboven hangend onderzoekt hij de paal van alle kanten. Een wildcamera legt het allemaal vast. Precies zoals bedoeld (zie afbeelding 2).

Afbeelding 2. Een steenmarter onderzoekt de lokstofpaal met anijsolie. Reconyx wildcamera, oktober 2024.
Opzet onderzoek
Al bijna twee jaar reist een set wildcamera's door Nederland als onderdeel van ons lokstoffenonderzoek. Op elke locatie worden vijf camera's zes weken lang ingezet: vier bij een paal met een andere lokstof, één bij een lege controlepaal. De onderzoeksvraag: welke invloed heeft een lokstof op de trefkans van specifieke zoogdiersoorten?
Eerste inkijk in de cijfers
Na meer dan 20 locaties en honderden waarnemingen beginnen de eerste aanwijzingen zichtbaar te worden. De onderstaande cijfers zijn ruwe data: er is nog geen statistische toets uitgevoerd om te bepalen of de gevonden verschillen significant zijn, en er is niet gecorrigeerd voor factoren zoals locatie, habitat of seizoen. Maar de data geven alvast een eerste inkijk in wat er speelt. En dat is niet altijd wat je zou verwachten. De steenmarter op de foto hangt verleidelijk aan de anijspaal (zie afbeelding 2), maar uit de data blijkt dat hij valeriaan en visolie uiteindelijk nog wat lekkerder vindt (elk 16% van de waarnemingen). De boommarter (Martes martes) doet het anders: die kiest voor arachideolie, en laat visolie (3%) vrijwel links liggen. Twee verwante soorten, dezelfde geur, een opvallend verschil.
De das (Meles meles) is een visliefhebber: visolie scoort met 17% het hoogst (zie afbeelding 3 en 4), gevolgd door arachideolie (13%). Het ree (Capreolus capreolus) daarentegen trekt zich van geen enkele lokstof veel aan. Het controlepaaltje zonder geur wordt zelfs het vaakst bezocht (25%) (zie afbeelding 5). En het wild zwijn (Sus scrofa)? De verschillen tussen lokstoffen zijn klein: valeriaan scoort met 7% iets hoger dan anijsolie (6%) en visolie (3%), maar of dat betekenisvol is valt zonder verdere analyse niet te zeggen.

Afbeelding 3. Een das onderzoekt de lokstofpaal met visolie. Reconyx wildcamera, juni 2024.

Afbeelding 4. Een das onderzoekt de paal met valeriaan. Reconyx wildcamera, juli 2024.

Afbeelding 5. Een ree onderzoekt de lokstofpaal zonder aangebrachte lokstof. Reconyx wildcamera, mei 2025.
Opvallend is ook het verschil tussen soorten in hoe vaak ze überhaupt interactie vertonen met de paal. De steenmarter en de das spannen de kroon: van respectievelijk 58 en 78 vastgelegde waarnemingen betrof meer dan de helft een bezoek aan een paal (55% en 54%). De ree daarentegen, veruit het vaakst vastgelegd met 309 waarnemingen, negeerde de palen grotendeels: slechts 44 keer ging een waarneming gepaard met interactie (14%). Of dat iets zegt over nieuwsgierigheid, voorzichtigheid of foerageergedrag is een vraag die om verder onderzoek vraagt. En dan is er nog de vos (Vulpes vulpes) goed voor bijna 12% bij valeriaan (zie afbeelding 6), maar verder opvallend laconiek.

Afbeelding 6. Een vos onderzoekt de lokstofpaal met valeriaan. Reconyx wildcamera, juli 2024.

Figuur 1: Lokstofvoorkeur per diersoort, uitgedrukt als percentage van het totaal aantal waarnemingen per soort. Weergegeven zijn 6 uitgelichte soorten van in totaal 49 vastgelegde soorten. N = totaal aantal waarnemingen; n = aantal waarnemingen met interactie met de paal.
De wolf
De meest bijzondere bezoeker liet zich niet door geur verleiden. Op 10 april 2026, kwart voor drie 's nachts, verschijnt er een wolf (Canis lupus) in beeld (afbeelding 7). Hij loopt rechtstreeks naar de lege controlepaal en onderzoekt hem uitgebreid. Geen lokstof, gewoon een houten paal in het gras, genoeg om zijn nieuwsgierigheid te wekken. Het illustreert iets wat de data ook laten zien: het is niet alleen de lokstof die telt. Misschien speelt menselijke geur ook een rol?

Afbeelding 7. Een wolf onderzoekt de lege controlepaal. Reconyx wildcamera, april 2026.
Wat deze tussenstand nog niet vertelt, is hoe locatie, habitat en seizoen meespelen. En er zijn meer vragen zonder antwoord: wanneer vinden de meeste interacties plaats? Reageren dieren vooral in de eerste dagen, als de lokstof nog vers is of juist later? Heeft menselijke geur op het lege paaltje invloed? Speelt het tijdstip van de dag een rol? Die analyses komen later, naarmate er meer data beschikbaar komen. Het onderzoek gaat nog een aantal jaar door en wie weet wat er nog voorbij de camera's loopt.
Benieuwd naar de achtergrond van het onderzoek? Die lees je in ons eerdere bericht bij de start van het onderzoek. Heb je vragen of gedachten hierover, of denk je te kunnen bijdragen aan ons onderzoek? Neem contact met ons op!